“Er was niemand meer om over de oorlog te praten”

Geert Abendonon en Rolf Kat bezoeken de Hollandse Schouwburg en de kleine expositie die zich in een van de ruimtes bevind. Beide hebben hele andere belangen bij het bezoek. “Ik probeer het te begrijpen. Wat er is gebeurd. Hier gaat het toch echt leven” vertelt Geert. Hij wist al jaren dat hier de Hollandse Schouwburg zat en wilde toch eens een kijkje nemen. Rolf kende de plek wel al. Voor hem is het theater aan de Plantage Middenlaan erg speciaal. Het de plek waar zijn hele familie in de oorlog heeft gezeten. Vanuit de Hollandse Schouwburg vertrokken zij naar Westerbork en uiteindelijk werden zij naar de vernietigingskampen in Polen gedeporteerd. Slechts een tante van zijn vaders kant keerde terug. De rest van de familie vond de dood in het oosten. Rolf was zelf nog een baby in de oorlog. Zonder zijn ouders moest hij onderduiken. Daar kan hij zich niet veel meer van herinneren. Zijn ouders doken eveneens onder en op wonderbaarlijke wijze werd het gezin na de oorlog weer herenigd.

Over de oorlogsperiode werd niet gesproken. “Er was eigenlijk niemand meer om over de oorlog te spreken. Nee, er werd nooit over gepraat”. Dat is heel anders bij Geert, waar de oorlog openlijk bespreekbaar was. “Ik hoorde daar thuis dingen over”. Het verschil zat hem in hun verschillende achtergrond. De niet joodse Geert en zijn familie zijn geen slachtoffer van de oorlog geworden, terwijl het gezin Kat al hun familieleden tussen 1940 en 1945 hebben verloren. “Bizar is dat he?!” denkt Rolf hardop na, refererend aan de stilte in zijn familie omtrent de oorlog. “Later ook niet. Nooit is er iets gezegd over die periode. We vroegen mensen nooit naar hun ervaringen of wat er was gebeurd en andersom gebeurden dat ook niet”. Van zijn tante heeft Rolf ook nooit iets gehoord. “Vreselijke vrouw overigens” lacht Rolf “Nee, ook zij vertelde niets en we spraken daar ook niet over met haar. Ik weet eigenlijk helemaal niets uit mijn jeugd of over mijn jeugd”