Ik hoorde de leren laarzen door de straat marcheren

Van Kamp Amersfoort is tegenwoordig niet veel meer over. Na de oorlog werd alles afgebroken en gesloopt. “Het geeft wel iets aan over de houding toentertijd. Mensen wilden het vergeten en een nieuw leven opbouwen. Niemand wilde de verhalen horen of de gebouwen zien. Nu denken we daar heel anders over”. Ruud Slabbertje is vrijwilliger bij Kamp Amersfoort omdat hij het verhaal wil doorvertellen. Na de oorlog werd er bij hem thuis ook niet gesproken over de oorlog. “Ik kan me er in ieder geval niks van herinneren dus dat zegt denk ik al genoeg”.

Ruud, die vlak voor de oorlog werd geboren in Amsterdam, heeft zelf nog wel enkele herinneringen aan de oorlog. “Ik hoorde de leren laarzen marcheren door de straat. Er waren regelmatig razzia’s”. Ook kwamen ze een keer voor Ruud zijn vader. “Mijn vader verborg zich voor de de Duitsers, omdat hij niet ter werk wilde worden gesteld in Duitsland. Hij zat bij ons thuis verstopt. De Duitsers kwamen bij ons zoeken en ik was heel erg bang. Uiteindelijk hebben ze hem niet gevonden”. Over de jodenvervolging werd niet gepraat. “Ik merkte er niet veel van behalve dat er langzaam kinderen uit mijn klas verdwenen. Als ik er thuis naar vroeg vertelden mijn ouders dat ze waren verhuisd. Achteraf gezien begrijp ik waarom ze er tegen een kind niet meer over hebben gezegd. Het werd stiller in de buurt maar die stilte werd al snel weer opgevuld door andere mensen”. Een andere vreselijke herinnering die Ruud heeft is van rond de bevrijding. “Het was ’45. Er was rep en roer buiten. Het was in de avond. Ik zat in mijn kamertje en keek door het raam. Buiten zag ik vrouwen op hun knieën zitten. Ze werden kaalgeschoren en kregen rooie menie (anti-roestmiddel) over zich heen gegooid. Dat waren de slechte vrouwen”. Moffenhoeren? “Ja zo kennen we ze nu. Als kind had ik geen idee, ik begreep het niet maar ik vond het vreselijk. Ik zeg niet dat het goed of fout is maar…ja je zal maar verliefd worden. Nu hebben we al snel oordelen”.

De weg naar de fusilleer plaats
De weg naar de fusilleer plaats

Als vrijwilliger werken bij het kamp is erg bijzonder. “We kunnen hier ook weleens dollen. Dat is ook wel erg belangrijk. Anders zou het soms gewoon echt niet te doen zijn. Soms gaat het ‘gemakkelijk’ om het zo maar eens te zeggen maar soms hoor je zulke persoonlijke verhalen en ervaringen die mensen plots met je delen. Dat kan moeilijk maar ook bijzonder zijn”. Enkele jaren geleden was er zo’n bijzonder moment. “Een man en vrouw kwamen binnenlopen. Je weet natuurlijk niet of die toevallig hierlangs kwamen of dat het een gericht bezoek was en wat ze al weten. Dus ik vroeg ze of ze misschien een rondleiding wilden en mevrouw wou dat graag. Ze vertelde dat haar man, die er ook bij was, in het kamp gevangen had gezeten. Dus ik keek haar man aan en vroeg of hij ook een rondleiding wilde, wat het geval was. Beide keken rond in het kamp en kwamen toen hier terug. De vrouw vertelde dat haar man in 60 jaar nooit iets had gezegd en nu ineens was losgebarsten. “U heeft de drempel voor mij weggehaald” zei de man. Dat zal ik nooit vergeten”.