“Mijn vader heeft de Duitse taal nooit kunnen verdragen”

Gerda de Vries-Brouwer met haar zoon Leon
Gerda de Vries-Brouwer met haar zoon Leon

“Mijn vader heeft de Duitse taal nooit kunnen verdragen”

Op een winderige en regenachtige middag is Gerda de Vries-Bouwer met haar zoon in voormalig kamp Westerbork. Een bezoek aan het kamp maakt deel uit van een wandeling die zij samen maken. In eerste instantie lijkt het slechts toeval dat ze langs het kamp komen en een kijkje nemen maar na een tijdje wordt duidelijk dat de Tweede Wereldoorlog iets is waar Gerda al op jonge leeftijd mee te maken kreeg. Haar vader was lid van het verzet.

“Mijn vader sprak er zelden over. Hij wilde het daar niet over hebben”. Slechts af en toe liet haar vader iets vallen over zijn periode en rol in de oorlog. Een van die keren was toen Gerda nog een kind was. “We waren een eindje aan het rijden en kwamen in de buurt van Dokkum. Opeens zei mijn vader dat hij daar in de oorlog had gevochten en had meegeholpen met wapendroppings. Dat was voor mij heel bijzonder en is me altijd bijgebleven, dat hij dat vertelde”. De geallieerden dropte in het najaar van 1944 voor het eerst wapens in Friesland. Wanneer de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten om half twee op de radio een bepaalde slagzin hoorden wisten ze dat er die avond een dropping zou plaatsvinden. In het totaal hebben 2500 mensen meegeholpen aan de wapendroppings.

Ondanks het feit dat hij in het verzet had gezeten was dat niets iets waar hij trots op was of graag over sprak. Waarom weet Gerda ook niet precies. Zou het niet logisch zijn dat hij juist zou willen spreken over zijn goede daden? “Nou ja er was natuurlijk veel goeds. Maar ook slechts. Mijn vader klopte zichzelf nooit op de borst vanwege zijn rol in de oorlog. Hij had het er niet eens over. Wel merkte we soms dingen. Mijn vader kon de Duitse taal bijvoorbeeld niet verdragen. Hij had daar erg veel moeite mee”. Veel meer weet Gerda ook niet over haar vaders tijd in de oorlog, over welke dingen hij heeft meegemaakt en wat voor goeie en slechte dingen er zijn gebeurd.

Joodse kinderen in de oolog
Joodse kinderen in de oorlog

Haar zoon Leon vind het kamp erg indrukwekkend. “Je hoort natuurlijk veel over alles wat er is gebeurd, maar nu ben je er ook echt. Dat is heel bijzonder. Zeker ook als je bedenkt wat er uiteindelijk heeft plaatsgevonden in Polen”. Tijdens het rondkijken denkt hij vooral ook aan zijn eigen kinderen. “Het is onmogelijk om je voor te stellen hoe het was voor ouders en kinderen. Wat moest je zeggen? Hoe legde je uit aan je kinderen? Dat moet vreselijk moeilijk zijn geweest. Ook omdat je je kinderen niet kon beschermen”. Uiteindelijk zijn er 22025 joodse kinderen en jongeren onder de 21 tussen 1942 en 1945 vermoord. 8161 daarvan waren baby’s en kinderen onder 10. De meeste hebben Westerbork gepasseerd.