“Vergeten zijn zij niet en nooit zullen ze vergeten worden”

“Vergeten zijn zij niet en nooit zullen ze vergeten worden”

Voor een ieder die niet wist waar hij moest zijn voor de Auschwitz herdenking was het niet lang zoeken. Een tal van ouderen lopen voorop. Vlak voor het stadhuis, waar de stille tocht zal beginnen, stopt een vrouw op leeftijd abrupt. Ze probeert haar emoties te bedwingen maar kan niet voorkomen dat zij in tranen uitbarst. Toch is de sfeer niet bedrukt of beladen in het stadhuis. Mensen groeten elkaar enthousiast. Er worden honderden handen geschud en omhelzingen zijn overal te zien. Er wordt volop gekletst en het lijkt bijna op een reünie van oude vrienden. Ook de vrouw die zo’n tien minuten daarvoor hevig geëmotioneerd tot stilstand was gekomen komt binnenlopen met een moedige en oprechte lach. Sommigen kijken diep in gedachten voor zich uit, haast niet bewust van hun omgeving. Ondanks de opgewekte sfeer is dit een bijeenkomst waar ook vooral veel leed aanwezig is. Dit is de plek waar een tal van bijzondere en emotionele verhalen aanwezig zijn, sommigen bekend, sommigen verborgen omdat het teveel pijn doet en anderen wellicht wachtend om ontdekt te worden.

DSCN0958
Tijdens de herdekking op het Wertheimplein in Amsterdam

Een van die verhalen is van Jack Rabbi en zijn familie. Het is de eerste keer dat hij bij de herdenking aanwezig is. “Het is toch 70 jaar en ik wilde weleens gaan. Mijn moeder heeft in Auschwitz gezeten. Bij het Philips-kommando dus ze had het relatief gezien iets minder erg maar daar heeft zij ontzettend veel last van gehad. Mijn moeder is echt ziek terug gekomen. Dat is jammer, dat is triest”. Jack’s vader wist de oorlog te overleven door onder te duiken. Beide werden getekend voor het leven door hun ervaringen. “Ik heb zelf niet heel veel last gehad van het oorlogsverleden van mijn ouders”. Hoewel Jack als een van de weinigen in zijn familie geen trauma heeft opgelopen door de ervaringen van zijn ouders is hij wel beschadigd door hun stilte. “Dat willen weten wat er is gebeurd en er nooit achter komen, daar heb ik wel mee te maken gehad. Toen ze erg op leeftijd waren, hoewel nee, mijn moeder heeft nooit iets gezegd en mijn vader zei heel af en toe iets vlak voor hij dood ging”. De neef van zijn moeder, voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité Jacques Grishaver, heeft heel wat meer last van het verleden van zijn familie. “Mijn neef en nicht zijn wel echt beschadigd daardoor. Zeker wanneer we een drankje op hebben komen er dingen boven”. Tijdens de herdenking raakt Jacques Grishaver dan ook geëmotioneerd wanneer hij spreekt over verloren ouders, grootouders, broers, zussen en andere familie. “Vergeten zijn zij niet en nooit zullen ze worden vergeten”.

Een ander verhaal komt uit een hele andere hoek. Jos Borsboom is een van de drijvende krachten geweest achter het monument voor de bombardementen met V2 raketten in Den Haag. “Iedereen noemt altijd als eerste Rotterdam en dat irriteert mij eigenlijk een beetje. Er zijn bij die bombardementen, vooral bij het Bezuidenhout, op zijn minst 800 mensen omgekomen. Die luchtoorlog is nergens in Nederland zo gevochten als boven Den Haag en Wassenaar”. Zijn interesse voor de bombardementen werd gekweekt door zijn ouders, die maar net aan konden ontkomen. “Mijn moeder wilde weggaan. Er waren al bommen gevallen en ze vond het te gevaarlijk worden. Ze waren een uurtje weg, nog met paard en wagen voor hun spullen, toen er inderdaad een bom viel”. Zijn inspanningen hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat er een monument bij de Indigostraat staat en dat het monument op de Schenkkade is uitgebreid. “We hebben geluk gehad dat we een wethouder achter ons hadden staan”.

 

Monument op de Schenkkade
Monument op de Schenkkade
Het monument in de Indigostraat
Het monument in de Indigostraat

 

 

 

 

 

 

 

70 jaar geleden werd Auschwitz bevrijd, het product van “het meest barbaarse bewind wat ooit heeft bestaan” volgens Jacques Grishaver. Het is moeilijk om hem daarin ongelijk te geven. Zoals burgemeester van Amsterdam Erberhart van der Laan en vicepremier Lodewijk Asscher(kleinzoon van Abraham Asscher, een van de twee voorzitters van de Joodse Raad) al benadrukten, moeten wij waken dat dit nooit meer zal gebeuren. Dat doen we door Auschwitz, en alles waar dat voor staat, nooit te vergeten.